Zie je ineens piepkleine witte beestjes rond je plantenbak of op de badkamervloer? En springen ze weg zodra je ze wilt pakken? Dan heb je waarschijnlijk springstaarten. Ze zien er even eng uit als je ze voor het eerst ziet, maar het goede nieuws is: ze doen je niets.
Wat zijn springstaarten eigenlijk?
Springstaarten zijn heel kleine diertjes met zes poten. Ze lijken op insecten en zijn er ook familie van, maar tegenwoordig worden ze in een eigen groep ingedeeld. Meestal zijn ze niet groter dan een paar millimeter, dus je ziet ze vooral doordat ze bewegen.
Hun naam danken ze aan een soort veertje onder hun buik. Dat houden ze opgevouwen en onder spanning. Voelen ze gevaar, dan klappen ze het naar beneden en schieten ze weg. Daardoor lijkt het alsof ze springen. Handig voor hen, verwarrend voor jou, want een seconde later zijn ze verdwenen.
Wat eten ze? Vooral schimmels, algen en rottend plantenmateriaal. Ze bijten niet, ze steken niet en ze brengen geen ziektes over. Ook je kleding, je hout en je gezonde planten laten ze met rust.
En daarmee kom je bij het belangrijkste punt: springstaarten zijn geen oorzaak, maar een signaal. Waar zij zitten, is het te vochtig. Wie zich verdiept in natuurlijke plaagbestrijding, bijvoorbeeld via Biobestrijding, komt dat steeds weer tegen: bij springstaarten pak je het vocht aan, niet de beestjes.
Springstaart of toch iets anders?
In een vochtige badkamer of bij je planten kun je meerdere kleine beestjes tegenkomen. Die worden makkelijk door elkaar gehaald, terwijl de aanpak verschilt. Dit overzicht helpt je op weg.
| Welk beestje | Waaraan je het herkent |
|---|---|
| Springstaarten | Een tot drie millimeter, wit tot grijsbruin, springen weg als je ze verstoort. In vochtige potgrond, op de badkamervloer of bij de plinten. |
| Rouwvliegjes | Kleine zwarte vliegjes rond je plant. De larven zijn witte wormpjes met een zwart kopje in de bovenste laag potgrond. |
| Zilvervisjes | Ongeveer een centimeter, zilvergrijs en glanzend. Ze rennen hard weg maar springen niet. Vooral ’s avonds in de badkamer of keuken. |
Twijfel je nog? Let dan op de manier waarop ze wegkomen. Springstaarten maken een klein sprongetje en zijn dan weg. Zilvervisjes rennen alleen maar hard.
Waarom je ze in Friesland vaker ziet
Springstaarten hebben vooral één ding nodig: vocht. Hun huid houdt water slecht vast, dus in droge lucht drogen ze binnen de kortste keren uit. Daarom zoeken ze altijd de vochtigste plek op die ze kunnen vinden. En laat Friesland nu net een provincie zijn waar vocht nooit ver weg is.
Klei en veen houden water vast
Grote delen van Friesland liggen op klei of veen. Alleen in het zuidoosten vind je meer zandgrond. Klei en veen houden water veel beter vast dan zand, waar een bui zo doorheen zakt. Daar komt bij dat de provincie laag ligt en het grondwater op veel plekken hoog staat. Prettig voor het landschap en de weilanden, maar het betekent ook dat de bodem onder je woning vaker vochtig is.
Oudere huizen met een vochtige kruipruimte
Veel Friese woningen zijn wat ouder en hebben een kruipruimte onder de vloer. Daar kan behoorlijk wat vocht staan, zeker als er geen folie of isolatie op de bodem ligt. Dat vocht trekt langzaam omhoog richting je vloer. Bij de plinten, onder een vloerkleed of achter de wasmachine ontstaat dan precies het klimaat waar springstaarten dol op zijn.
Nieuwbouw kan er trouwens ook last van hebben, maar dan om een andere reden. Vers beton en verse mortel bevatten nog veel bouwvocht. Het duurt een jaar of twee voordat dat er helemaal uit is.
En het klimaat helpt niet mee
Friesland ligt aan zee en heeft daardoor een vrij vochtig klimaat, met veel wind en regen. Na een natte periode zoeken springstaarten makkelijker een plekje binnen, bijvoorbeeld via een kier bij de vloer, een kozijn of de drempel van de achterdeur. In een goed geventileerd huis houden ze dat niet lang vol. In een vochtige hoek wel.
Zo krijg je ze weer weg
Begin altijd bij het vocht
Spuiten heeft weinig zin zolang de oorzaak blijft. Ventileer je huis dus goed, ook in de winter. Zet na het douchen een raampje open of laat de ventilatie wat langer aan staan. Controleer daarnaast of er ergens een lekkage zit, bijvoorbeeld onder de gootsteen of achter de wasmachine. En kijk of je kruipruimte droog is. Staat daar water, dan is dat vrijwel altijd de bron.
Klinkt saai, maar dit is echt het belangrijkste. Wordt de plek droger, dan verdwijnen springstaarten vanzelf.
Bij kamerplanten: gewoon minder water
Zitten de beestjes in je potgrond, dan geef je waarschijnlijk te veel water. Laat de bovenste laag aarde eerst goed opdrogen voordat je opnieuw giet. Steek je vinger een paar centimeter in de grond. Voelt het nog vochtig, dan wacht je nog even.
Giet ook altijd het water uit de schotel weg. Een pot die permanent in het water staat, is een uitnodiging. Controleer verder of er een gat in de bodem van de pot zit, want zonder afvoer blijft de grond onderin gewoon nat.
Bodemroofmijten doen de rest
Springstaart bestrijden gaat het makkelijkst met bodemroofmijten. Dat zijn piepkleine roofmijten die in de bovenste laag van de potgrond leven en springstaarten opeten. Je strooit ze over de aarde en verder hoef je niets te doen.
Ze doen het goed bij normale kamertemperatuur en in grond die licht vochtig is. Is er niets meer te eten, dan verdwijnen ze vanzelf. Mooie bijkomstigheid: dezelfde roofmijten pakken ook de larven van rouwvliegjes aan, en die twee kom je vaak samen tegen.
Wat je beter niet doet
Grijp niet meteen naar een insectenspray. Springstaarten zitten meestal in de grond of in kieren, dus je raakt alleen het handjevol dat je toevallig ziet. Ondertussen adem je het middel wel in en blijft de vochtige plek precies zoals hij was. Binnen een week zijn ze terug.
Je plant weggooien is meestal ook overdreven. De plant zelf is niet ziek. Verpot hem eventueel in verse, luchtige grond en pas je gietbeurten aan, dan kom je er prima uit.
In de tuin laat je ze gewoon zitten
Buiten ligt het anders. In de tuin zijn springstaarten juist nuttig. Ze helpen bij het afbreken van blad en ander plantenmateriaal en dragen zo bij aan een gezonde bodem. Je vindt ze in vrijwel elke tuin, meestal onder een laag blad, in de composthoop of in de bovenste centimeters aarde.
Binnen wil je ze dus niet, buiten juist wel. In een gezonde Friese tuinbodem horen ze er gewoon bij.
Kort samengevat
Springstaarten zijn piepkleine springende diertjes die op vocht afkomen. Ze bijten niet, richten geen schade aan en zijn vooral een teken dat het ergens te nat is. In Friesland kom je ze wat vaker tegen door de klei- en veengrond, het hoge grondwater en de kruipruimtes onder oudere woningen. Pak je het vocht aan, geef je je kamerplanten minder water en zet je bodemroofmijten in, dan ben je er zonder gif vanaf. En in de tuin laat je ze lekker hun werk doen.



